|
 De lotus heeft in het hindoeïsme en het boeddhisme grote betekenis. Doordat de bloem uit zijn eigen wortelstok lijkt te ontstaan symboliseert hij goddelijke geboorte en zuiverheid. De lotus is het attribuut van de bodhisattva Guanyin (Avalokiteshvara). Ook de hindoe-god Vishnu wordt meestal afgebeeld met een lotusbloem. Godinnen voorgesteld als goedgunstige partner van een god houden vaak een lotus vast. Godheden, boeddha's en bodhisattva's staan of zitten meestal op een lotustroon: een voetstuk in de vorm van een open lotusbloem
|
|
|
 Wie is Heer Shiva ?
Brahma, de schepper van het universum, Vishnu die al het bestaande instandhoudt en Maheshvara (Shiva), de vernietiger, vormen de Hindoe goddelijke drievuldigheid. Wanneer men Heer Shiva op zichzelf beschouwt (dus als uitdrukking van de ultieme Godheid), is Hij het volmaakte ideaal van meditatie en gevestigd zijn in het innerlijke Zelf. Hij wordt afgebeeld als zittende in de lotushouding, met half gesloten ogen, in contemplatie verzonken en volledig opgaand in de volmaakte innerlijke vreugde en eeuwigdurende gelukzaligheid. Hij is het spirituele ideaal dat vereerd en nagevolgd wordt door vele yogi’s.
|
|

Meditatie is heel belangrijk in het boeddhisme.Er zijn verschillende soorten manieren van mediteren.
Feest- en gedenk dagen
Het jaarkalendar van de boeddha's is elf dagen korter (maankalender) .Hierdoor verschuiven de feestedagen opzichte van onze (op zon gebaseerde) kalender.De belangrijkste feestdagen zijn het Chinese Nieuwjaar (in februari) en de Wesak, de dag van de Boeddha (in mei). Deze dag staat geheel in het licht van de drie gebeurtenissen in het leven van de Boeddha: de geboorte, de verlichting en het heengaan.
|
|
|
 Ganesha (ook wel Ganesh of Ganapati Tantra) is de hindoestaanse godheid met het olifantenhoofd. Hij is de god van kennis en wijsheid, neemt hindernissen weg en is de beschermheilige van reizigers. Hindoes bidden tot Ganesha voor ze aan iets nieuws beginnen, zoals een nieuwe baan of wanneer ze verhuizen. Ganesha is de zoon van Shiva en Parvati. Hij rijdt op een muis of een rat
|
|
 Ontwikkeling
Nadat Boeddha zijn monniken zijn lering had bijgebracht, volgde een voorspoedige start van het Boeddhisme. Na enige tijd ontstond de behoefte toch de leer in geschriften te formuleren. Er werden concilies gehouden. In 300 jaar bereikte het Boeddhisme heel India (de onderlaag blijf het Hindoeïsme trouw). Honderd jaar later breidde het zich uit over Sri Lanka, later over China waar het de cultuur diepgaand beïnvloed heeft. Rond het begin van onze jaartelling bereikte het Boeddhisme Japan en Korea waar het zich mengde met de plaatselijke Shinto. In Tibet kreeg het Boeddhisme een geheel eigen vorm (het Tantrisme).
Rond 900 na Chr. volgde een teruggang en won het Hindoeïsme althans in India weer vrijwel alle terrein terug (pas in deze eeuw is er weer sprake van een kleine opleving van het Boeddhisme in India).
Recent is vooral het Zen-Boeddhisme in het westen bekend geworden. Van de meditatievormen is met name de Yoga buiten het Boeddhisme populair (en in sommige katholieke kloosters gepraktiseerd).
|
|
|